Schout-bij-nacht Zoutman en de Slag bij de Doggersbank

Uit Stamboomboek Raamsdonk
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johan Arnold Zoutman (Cornelis van Cuylenburg in 1801)

De meest onwaarschijnlijke zeeheld die de Republiek der Verenigde Nederlanden heeft gekend is ongetwijfeld Johan Arnold Zoutman. Hij is op 10 mei 1724 geboren in huize ‘Kantwijk’ bij Reeuwijk en op 7 mei 1793 overleden in ’s-Gravenhage. Waarom Johan, met zijn deftige achtergrond, voor de zee koos is onbekend, maar wel kenmerkend voor de achtergrond van vele zeeofficieren in de loop van de achttiende eeuw. In 1736 trad Zoutman op twaalfjarige leeftijd als adelborst in dienst bij de Admiraliteit in Amsterdam; op achttienjarige leeftijd was hij luitenant, vier jaar later kapitein, waarna hij in 1760 bevorderd werd tot kapitein-ter-zee en eind 1779 door Prins Willem V tot schout-bij-nacht. Een jaar later brak de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog uit en werd hij belast met het begeleiden van een konvooi naar de Oostzee. Op zondag 5 augustus 1781 stuitte hij op een Engels eskader. Niet veel later vond de Slag van de Doggersbank plaats tussen zeven schepen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die onder bevel stonden van Jan Arnold Zoutman en zeven Engelse schepen onder bevel van viceadmiraal Hyde Parker. Na drieënhalf uur staakte Parker de strijd, maar van een echte overwinning van het scheepseskader van Zoutman was geen sprake. Aan beide zijden waren de verliezen bijna even zwaar: 104 doden en 339 gewonden bij de Britten en 140 doden en 404 gewonden bij de Nederlandse vloot. De Nederlanders beschouwden deze slag echter als een volledige victorie; de Engelsen hadden het strijdtoneel immers verlaten. In werkelijkheid was er echter sprake van een onbesliste strijd.

De in Geertruidenberg geboren Adriana Johanna van Heusden (August Chr. Hauck in 1770)

Museum De Roos beschikt over een aanzienlijke Zoutman-collectie, in Geertruidenberg ligt de Zoutmanstraat, aan de Markt was vroeger café-restaurant Zoutman van Henk en Sjeanne Boezer gevestigd en in de Geertruidkerk staat een marmeren grafmonument van Zoutman. Waarom zoveel eer in de voormalige vestingstad voor een man die er niet geboren is, er nooit heeft gewoond en ook niet is overleden? Daar is maar één antwoord mogelijk: omdat hij in 1768 op 44-jarige leeftijd trouwde met de in Geertruidenberg woonachtige Adriana Johanna van Heusden, de dochter van de plaatselijke rentmeester van de Prins, Waltherus van Heusden en zijn echtgenote Adriana Vereijck. Van de beide ouders hangen rouwborden in de Hervormde Geertruidskerk. Haagse hof-connecties bezorgden hem vermoedelijk zijn bruid; Geertruidenberg was immers bezit van de Oranjes, terwijl de toenmalige prins van Oranje, Willem V, tevens admiraal-generaal van de vloot was. Op 7 mei 1793 overleed Johan Arnold Zoutman, toen luitenant-admiraal op 69-jarige leeftijd te ’s-Gravenhage. Hij werd door een bij leven gedaan verzoek op 14 mei daaraanvolgend bijgezet in de grafkelder van de familie Van Heusden in de Geertruidskerk in Geertruidenberg. Het ultieme eerbetoon voor een zeeheld, een grafmonument, bleef aanvankelijk achterwege. Ruim een halve eeuw later, in 1846, werd op een verzoek van dominee Glasius aan Koning Willem II in de kerk een monument ter ere van Zoutman te mogen oprichten, positief gereageerd. De koning en de prinsen stonden garant voor een fors bedrag. Het gedenkteken werd in het Noordertransept van de Geertruidskerk geplaatst namens het lokale departement van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen; het is een eenvoudige zuil van wit geaderd marmer, afgedekt door een metalen kroonstuk. Op het marmer is een metalen lauwerkrans aangebracht, waarin met vergulde koperen letters Doggersbank – 5 augustus 1781.

Geen vijandelijke ontmoeting met de Britten heeft op het Nederlandse volk zo’n indruk nagelaten als juist deze slag. Geen Tromp en De Ruyter werden zo met eerbewijzen overladen als Zoutman en diens eerste officier Jan Hendrik van Kinsbergen, de ‘Helden van de Doggersbank’. Alleen al in de Koninklijke bibliotheek bevinden zich 61 pamfletten, liederen en toneelstukken. Kunstenaars beeldden de gebeurtenissen met hun graveernaald uit, op pijpen en tabakspotten werd het portret van Zoutman ingekrast en men dronk ‘Zoutmansslokjes’ uit likeurkelkjes met zijn portret. Stadhouder Willem V benoemde Zoutman direct tot viceadmiraal van Holland en West-Friesland en stelde zelfs een nieuwe onderscheiding in: de Doggersbank-medaille. Op Aruba werd er een fort naar hem genoemd; aan de Paardenbaai stond het voormalige Nederlandse Fort Zoutman, tegenwoordig het Historisch Museum van het eiland in de Caraïbische Zee.

Beide vloten lagen in dubbele linie

Stonden al deze zaken eigenlijk in overeenstemming met zijn daadkracht? In 1776 verklaarden de Amerikaanse koloniën van Groot-Brittannië zich onafhankelijk, wat in 1780 leidde tot een Britse oorlogsverklaring én en blokkade van de Hollandse kust. Zowel de Britten als de Hollanders dreven in die tijd handel met het Oostzeegebied. Om de handelsblokkade te ‘omzeilen’ kreeg een vloot onder bevel van Zoutman opdracht uit te varen om de Oostzee-handelsvloot van 71 schepen naar de Sont te konvooieren. Op zondag 5 augustus 1781 kreeg de vloot een Engels eskader in het vizier. Al vrij snel werd duidelijk dat de ontmoeting tussen beide vlooteskaders, die in omvang even sterk waren, op een zeegevecht zou uitdraaien. De twee koopvaardijvloten werden onder bescherming van een paar oorlogsbodems van het strijdperk afgezonderd. Vervolgens nam viceadmiraal Parker om omstreeks zeven uur ‘s morgens het initiatief. Terwijl Zoutman zijn schepen het bevel gaf in dubbele linie te gaan liggen, kwamen de Engelsen voor de wind vanuit het noorden op de Nederlanders afzeilen. Op geweerschot afstand wendden de Engelse schepen hun steven, zodat ze tegenover hun vijand eveneens in dubbele linie kwamen te liggen. Na drieënhalf uur staakte Parker de strijd. De Nederlandse vloot bleef nog even ter plaatse, maar zetten zwaargehavend koers richting Texel. In een verslag van 8 augustus 1781 staat te lezen: (…) Het maakte eene verwonderlyke vertooning die ontredderde en doorschotene schepen te zien binnenkomen, en voor ‘Admiraal de Ruyter’ (het vlaggenschip van Zoutman,red) en de ‘Batavier’, die ieder ten minste 70 lappen voor de kogelgaten hadden gespykerd.’ De Slag bij de Doggersbank was de eerste en enige serieuze krachtmeting tijdens de Vierde Engelse Oorlog en hoewel de Engelsen als eerste het slagveld hadden verlaten, was het een zeeslag zonder winnaars. De Nederlandse handelsvloot bereikte de Oostzee niet, de Engelse blokkade was nog altijd intact en de graanhandel met het Oostzeegebied kwam te einde. Dankzij het gedenkteken in de Geertruidskerk bleven de naam en roem van Zoutman echter bestaan, ook al raakte de persoon langzaam vergeten. Met zijn eenmalige wapenfeit gaf Zoutman uiteindelijk vooral de aanzet tot een herwaardering van een grootser maritiem verleden.

Bronnen: Biografisch Woordenboek van Nederland 1780-1830; historiek.net; ‘Verzameld verleden”, Jaap de Haan, 2005.