Geertruidenberg en de Heilige Gertrudis

Uit Stamboomboek Raamsdonk
Versie door Colani (overleg | bijdragen) op 5 apr 2022 om 00:26 (Nieuwe pagina aangemaakt met '27 oktober 2021   ‘In het weekend van 6 en 7 oktober 2019 vernielden onverlaten het houten Gertrudis-kapelletje aan de Parallelweg in Geertruidenberg.’ Zo...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

27 oktober 2021   ‘In het weekend van 6 en 7 oktober 2019 vernielden onverlaten het houten Gertrudis-kapelletje aan de Parallelweg in Geertruidenberg.’ Zomaar een zin in BNdeStem over schandalig vandalisme dat er bij tal van Bergenaren behoorlijk inhakte. Het houten kapelletje diende als rustplek voor wandelaars en fietsers tijdens hun pelgrimstocht richting Santiago de Compostella. Het enige wat redelijk ongeschonden uit de strijd kwam waren het watertappunt en het houten Gertrudis-beeld dat nu tijdelijk ‘logeert’ in de protestantse Geertruidskerk. Tijdelijk, want op initiatief van het ‘Edele Vroedschap Sint Gertrudis Berghe’ komt er op dezelfde locatie een stenen kapel met glas-in-loodramen terug. Een dubbele rode beukenhaag, waarin een hekwerk zit en een poort, moeten de nieuwe kapel hufterproof maken. De kapel wordt sacraal, sober gebouwd in een eigentijdse romaanse bouwstijl met een historische uitstraling. In eerste instantie was het de bedoeling om op 17 maart 2019, de dag van de heilige Gertrudis, het gebouw te openen. Dat bleek niet haalbaar en daarom werd de opening, waarbij het beeld van de Heilige in een processietocht naar de kapel zou worden gebracht, een jaar uitgesteld. Nu, ruim twee jaar later, is de bouwvergunning nog steeds niet verleend. Vroedschap-lid Lieke Neerincx vraagt zich dan ook verontwaardigd af: ‘Waar blijft nou de aan ons beloofde Gertrudis-kapel?’ En Gertrudis zelf? Die zwijgt al meer dan 1362 jaar, want zij overleed op 17 maart 659 in het Waals-Brabantse Nijvel.

De stadsrechtverlening in 1213 door Willem I, graaf van Holland van Geertruidenberg (opidanis de Monte Sancte Gertrudis), is een eerste aanwijzing voor een bepaalde Gertrudis-traditie. Verder leert de geschiedenis ons dat reeds in de 13e eeuw de beeltenis van de heilige op het stadszegel prijkt. De oudste vermelding van de Gertrudiskerk als bedevaartoord dateert van 1310. Toen gaf de bisschop van Luik toestemming de parochiekerk van Monte Sancte Gertrudis te verheffen tot een collegiale ofwel kapittelkerk; enerzijds om de godsvrucht in de stad in het algemeen te vergroten en anderzijds ter ere van God en van de roemrijke heilige maagd Gertrudis die in genoemde kerk door middel van bedevaarten wordt vereerd. Door de reformatie van Geertruidenberg na 1573 hield de Gertrudis-verering op.

Wie was de heilige Gertrudis en hoe is de relatie tot stand gekomen tussen de heilige en de stad die naar haar genoemd is? Omstreeks het jaar 670 tekende een Ierse monnik van de abdij van Nijvel in het Latijn het oudste levensverhaal (Vita prima) van Gertrudis op. Als dochter van Pepijn de Oudere, hofmeier (beheerder van de hofhouding) van Dagobert, koning van Austrasië, en van de zeer vrome Iduberga ook wel Itta genoemd, werd Gertrudis in 626 geboren. Austrasië was het oostelijk deel van het Merovingische Rijk, gelegen tussen de Schelde en de Rijn; Merovingen waren een dynastie van Frankische koningen, die in de 5e tot in de 8e eeuw over een regelmatig veranderend gebied in delen van het huidige Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland regeerden. Iduberga besteedde de uiterste zorg aan de opvoeding van haar dochter. Toen het meisje zes jaar oud was, kwam koning Dagobert I op bezoek bij Pepijn, met in zijn gevolg een rijke edelman. Tijdens de maaltijd werd deze door de koning als mogelijke huwelijkskandidaat voor Gertrudis aangewezen. Pepijn liet zijn dochtertje bij het gezelschap komen, doch het kind weigerde beslist op het huwelijksaanzoek in te gaan. Zij gaf aan dat zij een maagdelijk leven verkoos en zich geheel aan Christus wilde wijden, een nogal volwassen verklaring van een zesjarige. Omstreeks 640 stierf Pepijn en Iduberga bleef met Gertrudis in het Merovingische kasteel in Nijvel achter. Op advies van de heilige Amandus liet de weduwe het complex tot een klooster ombouwen en trad zij er als eerste religieuze binnen. Deze stichting van het eerste vrouwenklooster in de Nederlanden werd vrij snel uitgebouwd tot een dubbelklooster met afzonderlijke complexen voor monialen en monniken. Na verloop van tijd werd Gertrudis in het klooster van haar moeder opgenomen. Amper 21 jaar oud werd zij tot eerste abdis van het dubbelklooster aangesteld. Volgens haar Ierse biograaf was zij ‘mooi van aanzicht en zeer rijk van geest, ongerept van reinheid, vrijgevig in aalmoezen, toegewijd aan zieken en oude mensen en een toevlucht voor daklozen en pelgrims’. In de middeleeuwen kreeg iemand die een reis ging ondernemen een beker wijn aangereikt ten afscheid. De ‘Sint Geertrudisminne’, die de reiziger bescherming zou bieden onderweg en zou zorgen voor een behouden terugkeer (minne betekent herinnering). Door streng en veelvuldig vasten raakte Gertrudis uitgeput, waardoor ze op 30-jarige leeftijd haar ambt als abdis neerlegde. Na nog drie jaren van gebed en boete, stierf zij tijdens een heilige mis op zondag 17 maart 659.

Lang was men van mening dat Geertruidenberg, samen met Bergen op Zoom, tot de bezittingen van de Nijvelse abdij behoorde. Men steunde hierbij op een schenkingsacte van Keizer Otto I uit het jaar 967. De echtheid van dit document is door historici geruime tijd in twijfel getrokken. De afhankelijkheid van Geertruidenberg ten opzichte van Nijvel blijkt louter fictief te zijn. Het ontbreekt aan gegevens omtrent een historisch verband tussen de abdij van Nijvel en Geertruidenberg. Het was eertijds de abdij van Thorn die in Geertruidenberg rechten op de kerk en de benoeming van geestelijken had.

Er is ook nog een legende; een lokale traditie wil dat Gertrudis in 645 een tijdlang in Geertruidenberg vertoefd zou hebben. De heilige Amandus zou er zelfs omstreeks 650-660 een kapel voor haar gezegend hebben. Veelzeggend is echter dat haar Ierse biograaf daar met geen woord over rept. Sint Gertrudis werd in 1220 door paus Honorius III heilig verklaard. Gezien de namen ‘Monte Sancte Gertrudis’ en ‘Sint-Geerdenberghe’ voor het eerst in de 13e eeuw opduiken, is het aannemelijk dat de Gertrudis-verering in Geertruidenberg niet ouder is dan vanaf die eeuw. Sint Gertrudis is de beschermheilige van de ziekenhuizen, patrones van de armen en weduwen, van herbergiers, pelgrims en reizigers, van tuin- en veldvruchten. Verder wordt ze aangeroepen tegen muizen- en rattenplagen. Ze wordt afgebeeld als abdis met kruis, kelk, katten, muizen of spinnen. Nog steeds is historisch onderzoek noodzakelijk, want over de nog steeds mistige relatie tussen Geertruidenberg en de stadspatrones Gertrudis is het laatste woord nog niet geschreven. En dat geldt ook voor de Gertrudis-kapel!

Tekst: Terry van Erp / Jan Hoek

Bronnen:

‘In de Hollantsche Tuyn II’, uitgave Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’, 1988, pag. 26-31, Mireille Madou;

sint-gertrudis-pede.be;

meertens.knaw.nl/bedevaart