Herinneringen aan De moord van Raamsdonk

Uit Stamboomboek Raamsdonk
Versie door Colani (overleg | bijdragen) op 20 apr 2022 om 10:41
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ach mensen luister naar m’n lied
Hetgeen in Raamsdonk is geschied.
Een man, een vrouw en een heel klein kind
Die leefden samen van de wind.
Ze hadden ook nog enig geld
Daar waren rovers op gesteld.

Als er één lied is dat aanspraak mag maken op het predicaat ‘marktlied aller marktliederen’, dan zou dat De moord van Raamsdonk zijn. Vanaf het midden van de 19 de eeuw werd het in grote delen van Nederland door straatzangers uitgevoerd op markten en kermissen als een meeslepende ‘evergreen’ die droop van het bloed, en dus van emotie. Over het ontstaan van de tekst is niets bekend, ondanks een aantal serieuze onderzoeken. Het lijkt aannemelijk dat de tekst rond 1860 gemaakt en verspreid is, maar van gedrukte tekstbladen is geen enkel exemplaar bewaard gebleven.
De oudst bekende tekstvarianten bestaan uit een tiental coupletten waarin stapsgewijs de overval en moord op een boerengezin verteld wordt, hun onhandige verzet, en de berechting en dood aan de galg van de schuldigen.
Deze moordpartij is niet werkelijk gebeurd, hoezeer de tekst ook in de stijl van de waargebeurde-moordliedjes gesteld is. Daardoor is het lied ook niet van de actualiteit afhankelijk geweest. Het staat ook bekend om zijn rijmelarij en kreupelrijm, dat waarschijnlijk later bewust is aangedikt om het humoristisch effect te verhogen. De tekst kon daardoor, ondanks de gruwelijkheden, promoveren van huiveringwekkend straatlied tot een gezelschapslied dat daarop een parodie is. Als gezelschapslied is Raamsdonk uitgebreid met honderden tweeregelige coupletten. De verzamelaars Moormann en Wouters kenden er in 1933 al tweehonderd.
Zij noemen het “een van de heel zeldzame gevallen, dat meerdere personen een lied maakten.” (Het straatlied, dl. 1) In totaal heb ik de afgelopen jaren uit drukwerk en liedschriften en met hulp van correspondenten bijna vierhonderd coupletten kunnen noteren (zie website CuBra, rubriek Moordliedjes). Bij de latere uitbreidingen valt vooral op hoezeer scatologische elementen in de teksten verwerkt zijn, en soms zelfs de overhand hebben gekregen, waardoor de absurditeit nog vergroot werd, en daarmee ongetwijfeld ook de feestvreugde.  

Cultuurkringen
Met de komst van website Delpher van de Koninklijke Bibliotheek is het mogelijk geworden zo goed als alle Nederlandse kranten online te doorzoeken. Ik heb dat gedaan voor De moord van Raamsdonk, en hoewel dat ons niet dichter bij de oorspronkelijke tekst brengt, leverde het toch belangwekkende gegevens op, in het bijzonder over de uitvoering en de indruk die het lied op toehoorders gemaakt heeft.
De oudste vermelding in gedrukte vorm die ik heb kunnen vinden, is een bericht uit De Graafschap-bode van 22 augustus 1885. Daar blijkt dat De moord uit volle borst gezongen werd op een politieke bijeenkomst van de Sociaal Democraten, nota bene samen met de Nederlandse vertaling van de Marseillaise.
Raamsdonk moet toen dus al een zeer bekend lied zijn geweest. Een iets jonger bericht doet vermoeden dat de oorspronkelijke tekst toen nog niet als humoristisch werd ervaren en nog geen parodie was, maar als realistisch drama werd beleefd en als “zeer gevoelig voor fijne zenuwen”. (Noord en Zuid, jrg. 10, 1887) Vier jaar later spreekt een journalist van De Graafschap-bode dan ook zijn verwondering uit dat Raamsdonk “een lied is welk men ‘zelfs’ op bruiloften zingt.” (12-12-1891)
Uit latere vermeldingen in Nederlandse kranten kunnen we opmaken dat de oorsprong zonder twijfel gezocht moet worden bij de markt- en kermiszangers. Een toneelrecensent van Het nieuws van den dag herinnert zich in 1894 hoe “vroeger op zeilen de schildering van den ver-
schrikkelijken moord van Raamsdonk” werd afgebeeld,
en hoe de ‘explicateur’, de zanger die commentaar geeft
bij de afbeelding, “het fel bewogen gemoed tot rust
bracht” bij de laatste afbeelding op het roldoek:
“Een van de dienders pakte hem
En stopte hem in de petrolee-em...“ (6 maart 1894)
Eveneens in Het Nieuws van den dag herinnert zich een
journalist “De moord van Raamsdonk, naar welker bij-
zonderheden wij in onze kinderjaren met angstig klop-
pend hart hebben gezien en geluisterd.” (9-10-1906)
Een recensent van De Tijd schrijft: “Ik denk hier dank-
baar terug aan de schorre man op de kermis, die met
zijn stokje op het doek de taferelen van de Moord van
Raamsdonk uitlegde in rijmen...” (7-9-1916) Hij voegt
eraan toe dat deze kermisattractie pas “later een ironi-
sche vorm kreeg en daarmee doordrong tot cultuurkrin-
gen”.
Jonge-mannen-oren
Het Rotterdamsch Nieuwsblad roept op 9 februari 1920
zijn lezers op om mee te speuren naar de oervorm. Om
de lezers aan te moedigen, verhaalt de anonieme redac-
teur zijn jeugdherinneringen:
“In onze jeugd stond op de Nieuwe Markt op zater-
dagavond een man, dien we den ‘Blikken Dominee’
noemden. Voor ‘twee centen geld’ verkocht hij het
lied van den Moord van Raamsdonk (...) Om ’t voor
de goe-gemeente smakelijk te maken, droeg hij het
eerst zelf voor. Achter hem hing aan een langen stok,
als een vaandel, een waterverfschilderij op linnen.
In acht vakjes afgebeeld toonde het tafreelen uit den
wreeden moord, er was veel rood op en dat rood was
bloed. Met een wandelstok of een parapluie — dat
hing van het weer af — toonde hij scène na scène en
zong het daarbij behoorend couplet. Maar het waren
veel meer dan acht coupletten (...) er werden door
onbekende dichters allerlei coupletten bijgemaakt,
waarvan de inhoud soms minder geschikt was om
in het openbaar gezongen te worden. Meer bestemd
voor vroolijke jonge-mannen-ooren!” (16-2-1920)
“We ontvingen twee-en-dertig Moorden”, schrijft de re-
dactie, maar dat waren vooral recente varianten. De re-
dactie bekende blij te zijn dat ze op voorhand een voor-
behoud had gemaakt. Teksten die uitsluitend voor “een
gezelschap van enkel-heren-na-tafel geschikt zouden
kunnen zijn”, zouden niet worden afgedrukt in de krant.
En dat bleek maar goed ook: “Want wat de taal van vele
dier verzen betreft, mogen we verklaren dat onze erg-
ste verwachtingen nog overtroffen werden.” Bijna een
eeuw later is het toch wel erg jammer dat die erge ver-
zen niet gepubliceerd werden. Het vermoeden lijkt ge-
rechtvaardigd dat met teksten voor “jonge-man-ooren”
of “enkel-heren-na-tafel” vooral de poep- en piesvarian-
ten bedoeld werden. Met bloed en bijlen had de redactie
geen moeite.

Brabant
De oudste Brabantse bron vinden we in de Nieuwe Tilburgsche Courant van 25 april 1905, en daar wordt meteen een bescheiden poging gedaan de oorsprong te verklaren. Het bericht is een reactie op wat de rijksarchivaris van Noord-Brabant, mr. Bondam, een paar dagen eerder in de Nieuwe Rotterdamsche Courant had gepubliceerd, namelijk dat Brabants archiefonderzoek “geen licht heeft kunnen ontsteken over den befaamden moord”. (Het artikel van Bondam heb ik niet kunnen achterhalen.) De schrijver, die tekent als “C. te W.”, heeft zijn jeugdjaren doorgebracht “in den omtrek van Raamsdonk”. Daar woonde circa 1860 “een zekeren Verboom, die in een soort van dronkemanswaanzin eerst zijn vrouw heeft vermoord en daarna zichzelf heeft opgehangen.” C. te W. kent de tekst van het straatlied dat op die moord geschreven werd nog goed, maar dat is meteen het nadeel: die tekst wijkt in alle opzichten af van Raamsdonk.
In 1933 haalt Gerard van Leijborgh, pseudoniem van heemkundige Lambert G. de Wijs, in de Nieuwe Tilburgsche Courant herinneringen op aan de zogenaamde kouwmèrt, de eerste Tilburgse jaarmarkt tegen het einde van de winter. Die markt ging gepaard met kermisachtige attracties:

Speciale kramen kwamen extra koopwaar aanbieden. De tanden- en kiezen-trekkers stonden er op een verhooging hun heilzamen raad te geven (...) Iets verder stond een lange magere man, die de vreeselijke omstandigheden van de moord van Raamsdonk verhaalde, daarbij met een langen stok wijzend op de vreeselijke tafereelen, vol bloed en ellende op een groote kaart uitgebeeld. De een stond stom te luisteren naar al die ongeloofelijke wreedheid, de ander giechelde om de potsierlijken verhaaltrant.

Hommage
De Moord is niet dood, hij leeft als een van de
weinige marktliederen van vroeger nog steeds
voort. Zijn populariteit in Brabant blijkt uit de
vele tekstvarianten die door Harrie Franken,
Ben Hartman, Klaas de Graaff en Rolf Janssen
zijn opgetekend (zie website CuBra). Op You-
Tube is de gearrangeerde uitvoering van ‘Van-
diekomsa’ te beluisteren (2011). Onlangs heeft
Raamsdonker Remco Hofkens het plan opge-
vat De moord te verfilmen. Hij zal zich base-
ren op het Raamsdonk van rond 1850. Veertig
acteurs en veertig figuranten moeten de cast
vormen voor de opnamen. Hofkens hoopt de
film begin 2016 te kunnen uitbrengen.
En in Raamsdonksveer staat bij de kiosk op
het Heereplein een bronzen monument van
kunstenaar Ruud Ringers, opgericht ter ere
van het marktlied en de marktzangers. Onder
de voeten van een straatzanger met accordeon
zijn in brons taferelen uit het moordlied ver-
werkt. Een unieke kunstzinnige hommage aan
een uniek volkslied.

Bron: Terry van Erp